Power dressing uit de jaren’80 is nog steeds actueel

Mode en feminisme zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Niet eerder werd mode zo vaak ingezet om een politiek statement uit te dragen als nu. Waar de term power dressing geïntroduceerd werd in de jaren tachtig, is ‘ie veertig jaar later nog steeds aan de hand. Ik duik in de geschiedenis en ga op zoek naar de vrouwelijke pioniers van de feministische mode die nu niet meer weg te denken is in modeland.

Vrouwen in een mannenpak waren voor de jaren tachtig nog uit den boze. De spraakmakende campagne van ontwerpster Donna Karan bracht daar verandering in; in de campagne werd een werkdag van een fictieve vrouwelijke president van de Verenigde Staten vastgelegd. Inclusief outfits die eerder uitsluitend voor mannen waren. Donna Karan was niet de enige vrouwelijke ontwerper die zorgde voor wat opschudding in de modewereld. De jaren tachtig werd ook wel gezien als de ‘golden age’ voor vrouwelijke ontwerpers. Niet eerder hadden vrouwen zoveel gezag en invloed in de modewereld. Beargumenteerd wordt, dat dit mede te maken had met de ziekte aids die de wereld destijds in zijn greep hield. Aangezien veel ontwerpers homoseksueel waren, kozen investeerders voor de ‘veilige’ keuze: de vrouw. Kostuumhistoricus en directeur van het Fashion Institute of Technology in New York, Valerie Steele zei ooit in een interview: „Unfortunately, this is not because they now recognize that women can also be creative, but because the aids epidemic had devastated the fashion world. If women are to succeed in fashion, it cannot be over the dead bodies of men.“ En zo is dat.

‘Wife Dressing’

Power dressing is het tegenovergestelde van het in mijn oog achterhaalde wife dressing. Mannelijke ontwerpers, ontwierpen na de Tweede Wereldoorlog vooral sexy outfits met wespentailles, rokken en hoge hakken. Het waren looks die mannen moesten verleiden. De term zelf is in 1959 nota bene door een vrouw bedacht! Ontwerpster Anne Fogerty was voorstander van het gezegde „wie mooi wil zijn, moet pijn lijden.“ Deze conservatieve blik op mode is in de jaren zestig gelukkig de kop ingedrukt. Door de opkomst van een vrijere jeugdcultuur, het introduceren van ready-to-wear mode en de revolutionaire Mary Quant (de grondlegger van het mini-rokje) werden de traditionele Franse couturiers met hun conservatieve en beklemmende mode voor de vrouw van hun troon gestoten. En dat was broodnodig. Ook de jaren zeventig ging de boeken in als een belangrijke tijd voor vrouwelijke modeontwerpers. Modehuizen waar vrouwen aan het roer stonden wisten draagbare mode te maken met hints naar de feministische bewegingen van die tijd.

Waar in de jaren zestig en zeventig vrouwelijke ontwerpers verantwoordelijk waren voor de grote shifts in modeland, hadden mannelijke (homoseksuele) ontwerpers in de jaren tachtig verrassend genoeg het laatste woord. Deze ontwerpers gingen aan de haal met de term power dressing, die eerder door pionier in de mode, Katherine Hamnett, was bedacht. Power dressing anno ’80 werd vooral gekenmerkt door het gebruik van mannelijke silhouetten. Zoals gigantische schouders, een smalle taille, en hoge smalle naaldhakken, waar vrouwen op moesten paraderen en een mate van ‘power’ moesten uitstralen. Uiterst onpraktisch en helemaal niet zo feministisch van aard dus. Zowel de activistische Vivienne Westwood – die nog steeds activistische mode maakt en opkomt voor duurzaamheid – en Katherine Hamnett (de bedenker van de term) staken hun nek uit om een einde te maken aan dit geseksualiseerde beeld van een vrouw.

Mode als politiek statement

In de 21ste eeuw wordt mode steeds vaker ingezet om een politiek standpunt duidelijk te maken. Vrouwelijke ontwerpers verweven in hun modecollecties items die direct of indirect te maken hebben met een maatschappelijke ontwikkeling. Niet alleen de vrije pasvorm van een jurk (de wikkeljurk van Diane von Fürstenberg) of het ontwerpen van een schoudertas zodat je je handen vrij hebt (Coco Chanel) hebben te maken met power dressing, ook worden items verrijkt met feministische leuzen. Zo kwam Maria Grazia Chiuri – de eerste vrouwelijke ontwerper van Dior – in 2016 met een T-shirt met de tekst: „We should all be feminists“. En de timing had niet beter gekund. Met de Amerikaanse verkiezingen, Donald Trump en de #metoo-bewegingen in het achterhoofd, veroverde het op het oog simpele T-shirt de hele wereld.

Sinds 2017 is er binnen de modewereld sprake van een nieuwe feministische golf waarin er kritisch wordt gekeken naar inclusiviteit en diversiteit in modeland. Zo gaat zelfs Donatella Versace, eerst fervent voorstander van mode waarin de vrouw als lustobject wordt gezien, over naar de door haar zelf benoemde ‘luister-naar-mij mode’. Maar de vraag is ook; in hoeverre zijn deze power statements door modemerken ook echt feministisch van aard, en hoe groot is de invloed van de commercie?

Power dressing anno 2020

Persoonlijk denk ik dat power dressing anno 2020, niet per se te maken heeft met het gebruiken van comfortabele stoffen, vrijere pasvormen en gigantische schouders om het mannelijke silhouet mee na te bootsen. Het gaat veel om het vrij zijn aan te trekken wat je graag wil, ongeacht wat anderen – en dan vooral mannen – daar van vinden. Het gaat om je zelfverzekerd voelen in wat je ook aantrekt. Het gaat om je vrij en veilig te voelen zonder te hoeven nadenken welk gedrag dat bij mannen of vrouwen zou uitlokken. Het gaat om het feit dat je een kort rokje aan kan trekken zonder dat mannen dat als ‘excuus’ zien om je lastig te vallen.

Power dressing is in mijn optiek een middel om je best self naar voren te halen. Om je helemaal fantastisch te voelen in een outfit, ongeacht hoe dat eruit ziet. Het gaat erom dat je doet wat in je opkomt, zonder rekening te houden met de maatschappij. Om ‘fuck it’ te denken en gewoon te kiezen voor die flamboyante top waarmee je opvalt op straat. Waar in de jaren tachtig power dressing vooral bedoeld was om het traditionele vrouwbeeld – met haar rondingen en strakke pasvormen – te doorbreken met een ander silhouet, gaat het anno 2020 veel meer om je vrij voelen te dragen wat je écht mooi vindt. Zonder dat je rekening houdt met wat de maatschappij daar van kan vinden.

En dat kan lastig zijn. Zeker omdat je opvalt, en toch geneigd bent om de mening van anderen tot je te nemen. Althans, dat is bij mij het geval. Iedereen heeft een mening, ongeacht of deze uitgesproken wordt of niet. Maar op het gebied van mode, moeten vrouwen – en ik dus ook – zich dan toch een voorbeeld nemen aan al die pioniers in modeland. Van Coco Chanel, Mary Quant, Elsa Schiaparelli tot aan Katherine Hamnet, Vivienne Westwood en Maria Grazia Chiuri. En om Coco Chanel te quoten: “The most courageous act is still to think for yourself. Aloud.” En zo is het maar net.

Gebruikte bron: het boek Femme Fatales: Sterke vrouwen in de mode van Gemeentemuseum Den Haag

Auteur: Renée Prenger

Freelance journalist, copywriter, feminist, fashion lover

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s